Nieuwskoppen

Badminton en sportblessures

Badminton is een relatief veilige sport met weinig sportblessures.

Een sportletsel of sportblessure is lichamelijke schade, opgelopen tijdens of als gevolg van het beoefenen van sport. Een blessure kan variëren van een verstuiking tot een botbreuk, van een kneuzing tot een peesoverbelastingsletsel. Sportletsels kunnen we indelen op basis van de manier waarop ze ontstaan.

Acute sportletsels treden op ten gevolge van een eenmalig acuut trauma tijdens de sportbeoefening. Ze doen zich plots voor als gevolg van een ongeval.
• Acute letsels aan het hoofd kunnen bij badminton voorkomen als gevolg van contact met het racket of met de shuttle.
• Oogletsels kunnen ontstaan als de shuttle in het oog terechtkomt. Dit wordt vaak als een probleem beschouwd bij badminton, maar is niet altijd terug te vinden in de cijfers van verschillende studies.
• Letsels aan de bovenste ledematen komen weinig voor en blijven beperkt tot schaafwonden en kneuzingen ten gevolge van een val.
• Rugblessures kunnen ontstaan na een val of na een verkeerde beweging van de wervelkolom, bijvoorbeeld bij een onverwachte draaiing.
• Acute knieletsels ontstaan door een trauma waarbij er al dan niet contact is met een tegenspeler of een voorwerp. Niet-contactletsels komen voor bij het landen na een sprong met gelijktijdig pivoteren (draaien), bij plots afremmen of bij abrupte richtingsveranderingen tijdens het sprinten. Contactletsels worden veroorzaakt door een botsing met een andere persoon of een voorwerp. Vaak raken de mediale (binnenste) meniscus, de voorste kruisband en de mediale collaterale band gekwetst. De sporter kan last hebben van pijn, zwelling, bewegingsbeperkingen of een instabiele knie. Een duidelijk hoorbare of voelbare knap in het kniegewricht (‘pop-sign’) wijst meestal in de richting van een kruisbandletsel.
• De onderste ledematen (vooral de voet en de enkel) zijn het meest blessuregevoelig. Letsels die voorkomen, zijn verrekkingen, verstuikingen, breuken en kneuzingen. Vooral enkelverstuikingen komen voor. Het zijn meestal de ligamenten aan de buitenzijde van de enkel die uitrekken of scheuren (inversietrauma). Er kan pijn, zwelling en blauwverkleuring optreden, en een onvermogen om het gewricht te bewegen.

Chronische letsels of overbelastingsletsels komen langzaam tot stand. Verschillende factoren spelen een rol bij het ontstaan, bijvoorbeeld een te grote belasting op een bepaalde lichaamszone, een te snelle trainingsopbouw, sporten met onaangepast materiaal of anatomische factoren (beenlengteverschil, afwijkende voetenstand …).

Typisch voor overbelastingsletsels is dat de pijn kan ingedeeld worden in vier stadia:
1. pijn na een inspanning die spontaan verdwijnt
2. pijn bij aanvang van de inspanning
3. pijn gedurende de inspanning
4. pijn in rust.

• Rotator cuff tendinopathie is een overbelasting van (één of meerdere van) de pezen rond het schoudergewricht. De rotator cuff-spieren zorgen voor stabiliteit in het schoudergewricht en bepaalde armbewegingen. Door bovenhandse bewegingen zoals te vaak smashen zonder adequate opwarming kan overbelasting ontstaan. De sporter ervaart een verminderde mobiliteit van de arm, spierzwakte en pijn, die vooral uitgesproken is bij hefbewegingen.
• Een tenniselleboog is een overbelasting van de strekkers (extensoren) in de onderarm. Deze spieren zorgen voor het strekken van de pols en de vingers. Ze hechten met hun pezen vast ter hoogte van de buitenkant van de elleboog. Het letsel komt voor bij sporten waarbij de pols repetitief belast wordt. Bij badminton wordt het polsgewricht intensief gebruikt, wat mogelijk een rol kan spelen bij het ontstaan van een tenniselleboog. De sporter ervaart pijn aan de buitenzijde van de elleboog, die kan uitstralen naar de pols, handrug, bovenarm of schouder. Bepaalde slagen, zoals een backhand, maar ook dagelijkse handelingen zoals een deur openen of afwassen kunnen extreem pijnlijk zijn.
• Een springersknie of patellatendinopathie is een overbelasting van de kniepees. Deze pees is de aanhechting van de vierhoofdige dijbeenspier aan het scheenbeen, net onder de knieschijf. Het is op deze plaats dat er pijnklachten optreden. De pijn neemt toe bij het springen, sprinten en landen. De blessure treedt vooral op bij sporten waarbij het kniegewricht zwaar belast wordt (bijv. door veel richtingsveranderingen of springbewegingen).
• Een vaak voorkomende overbelasting bij badminton is de achillespeesoverbelasting. Dit is een chronisch letsel van de pees die de kuitspieren verbindt met het hielbeen. Het probleem kan zich bevinden ter hoogte van de aanhechting van de pees met de hiel, de peesschede of een slijmbeurs aan de voorzijde van de pees. De pees voelt gezwollen en pijnlijk aan (soms met kraken). In ernstige gevallen kan de achillespees zelfs scheuren. Het letsel komt vooral voor bij sporten met explosieve bewegingen, sprongen en hardlopen.
• De fascia plantaris is een bindweefselband onderaan de voetzool die aanhecht op de hiel. Een overbelasting veroorzaakt pijn ter hoogte van de belaste zijde van de voet, onder de hak. Men spreekt van een hielspoor als er een verkalking optreedt. Het letsel komt voor bij sporten die de voeten extra belasten. De pijn begint meestal geleidelijk tijdens of na het sporten, maar kan ook plots optreden.

Contact informatie

Algemene informatie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Leden Informatie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Bestuurlijk: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Website: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.